Vetten: vet-goed toch?!

Vetten behoren tot de groep lipiden. Ze zijn opgebouwd uit 1 molecuul glycerol en 3 moleculen vetzuren en zijn niet oplosbaar in water. Vetten kunnen zich van elkaar onderscheiden door de verschillende samenstelling van de vetzuren.

Vetten zijn een onmisbare groep macro-ingrediënten. We hebben ze nodig om goed te kunnen functioneren. Ze vervullende verschillende functies in ons lichaam:

  • Leverancier van energie
  • Isolatie
  • Leverancier van in vet oplosbare vitamines
  • Smaakmaker
  • Ze zorgen voor verzadiging
  • Ze leveren essentiële vetzuren

 

Essentiële vetzuren zijn een belangrijke bouwstof voor onze cellen (celmembranen). Deze vetzuren moeten we opnemen met onze voeding omdat ons lichaam ze niet zelf kan aanmaken.

 

Vetten worden ingedeeld in groepen:

 

  1. Verzadigde vetzuren

Deze vetzuren zitten met name in dierlijke producten. Het zijn de minst gezonde vetten. Het zijn de vetten die op kamertemperatuur ‘hard’ zijn, zoals vetten in vlees en roomboter.

  1. Onverzadigde vetzuren

Deze vetzuren zitten met name in plantaardige producten in zijn het meest gezond om te nuttigen. Het zijn de vetten die op kamertemperatuur ‘vloeibaar’ zijn, zoals olijfolie.

  1. Transvetzuren

Deze vetzuren ontstaan wanneer er in een chemisch proces van vloeibare verzuren harde vetzuren gemaakt worden.

 

Het advies is om dagelijks 20 – 40 % van je totale aantal Kcal te eten uit vetten, waarbij je maximaal 20 gram verzadigde vetzuren gebruikt en zo min mogelijk transvetten.

 

Voorbeelden van producten met ‘gezonde’ vetten zijn:

  • Avocado’s
  • Olijfolie
  • Olijven
  • Ongebrande en ongezouten noten
  • Vis
  • Zaden en pitten
  • Pindakaas

Naast vetten komen er ook vetachtige stoffen voor. De meest bekende hiervan is cholesterol.